Ja dat is leuk, Sipernau beschermd als monument, met daarbij vermeld “Sipernau is een zeer oude inplanting, teruggaande op een domein uit de Merovingische tijd.”
Hoe zat het ook alweer met die Germanen en Franken?
Een korte reis door de tijd
Na de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, steeg de zeespiegel weer. (Rond het jaar 0 was een groot deel van Westelijk Nederland nog steeds onbewoonbaar.) Hoewel bekend is dat op de Utrechtse Heuvelrug al 150.000 jaar geleden bewoners zijn geweest, wordt aangenomen dat de voorlaatste ijstijd (tot ca. 130.000 v. C.) deze mensen zou hebben verdreven.
Pas rond 9.000 v. C. trokken de eerste nomaden weer door het land. Leuk detail, inmiddels gevonden: enkele stenen bijlen van rond 7.000 v. C. halverwege Engeland en Nederland, toen nog begaanbaar land.
De eerste landbouwers
Rond 6.000 v. C. hebben zich de eerste landbouwers in Nederland gevestigd. Bekende namen zijn de Bandkeramiekers (zuiden van Limburg), Trechterbeker- (hunebedden in Drente, grafkelder/heiligdom oorspronkelijk bedekt met aarde ca. 3.000 v. C.), Vlaardinger- (Noordzeegebied, ca. 3.500-2.500 v. C.) Standvoetbeker- en Klokbekercultuur (Veluwe, ca. 2.500-2.000 v. C. Koper + opkomst landbouwwerktuigen)
(Meer over het trechterbekervolk HIER of klik op de tag ‘hunebed’.)
Bronstijd (ca. 1.900-750 v. C.)
Tijdens de Bronstijd groeide de (ruil)handel op continentale schaal. Opmerkelijk is dat rond 700 v. C. de dodencultus verandert; de overledenen worden niet langer begraven maar verbrand en in urnen bijgezet (hele urnenvelden). De bijgevoegde grafgiften wijzen er op dat de bewoners van het Zuiden veelal tot de Keltische beschaving hoorden, die van het Noorden meestal Germaans.

(Halsring, gevonden te Uddelerveen, Bronstijd. Objectlocatie: onbekend.)
IJzertijd (ca. 750-57 v. C.)
Dit is zo’n beetje dé tijd van de Kelten en de Germanen. In deze periode slaagden de stammen uit het Noorden erin de Kelten steeds verder terug te dringen tot het ‘huidige Nederland’ voornamelijk bevolkt werd door stammen van Germaanse oorsprong als de Friezen in het Noorden en de Bataven langs de grote rivieren. En toen kwam Caesar.
Romeinse overheersing (57 v. C-406 n. C.)
In 57 v. C. versloegen Caesars troepen de in het gebied onder de Schelde en de Maas wonende stammen zoals de Eburonen en de Menapiërs. Versmelting van Germaanse en Romeinse gewoonten (zoals geldeconomie). Tacitus omschrijft de Germanen rond 97 n. C. als “… trots, lichtgeraakt en strijdbaar. Ze hebben deugden als moed en trouw als belangrijkste streven, leven het liefst op enige afstand van elkaar en vereren hun goden of godinnen in houten tempels, of gewoon in de natuur; in het bos of bij een bron.”
Opkomst Germaanse stammen
De terugtrekking van de Romeinen had tot gevolg dat ook hun cultuur voor een groot deel verdween en weer vervangen werd door de Germaanse cultuur. Uit de familie- en clanverbanden waren grotere eenheden gegroeid: stammen.
In de 3e eeuw sloot een aantal kleine stammen zich aan tot grotere verbanden. 3 groepen tekenen zich duidelijk af: de Saksen (oost), de Friezen (noord/midden) en de Franken (midden/zuid). Onder Diocletianus (284-305) versterkten de Romeinen de Rijngrens. Er werd in die tijd door hen melding gemaakt van twee grote groepen: de Ripuarische Franken (ten oosten van Keulen) en de Salische Franken (ten noorden van de Rijn, waarnaar Salland is vernoemd).
Na de overwinning op de Romeinen in 440 werd Chlodio (de Harige) erkend als leider van de Salische Franken en hij kreeg de streek rond Doornik in bezit, van waaruit hij een belangrijke Frankische enclave stichtte.
Het succes van de Merovingers
Bij de Franken (de naam betekent ‘moedig’ of ’stoutmoedig’) was de adel aanvankelijk niet erfelijk; ze bestond uit hen die als soldaat extra verdienstelijk waren en daarom vaak met extra grond werden beloond. (De Franken geloofden in de taal van het zwaard, ze kregen hun wapens zelfs mee in het graf.)

(Frankische gesp, brons met zilver, 5e eeuw.)
Met de terugtocht van de Romeinen maakten zij zich meester van een groot gebied. De onstuimige Frankische koning Clovis I (ook wel bekend als Chlodovech I, 481-511) uit de familie van de Merovingers verslaat in 486 de laatste Romeinse stadhouder en verovert vanuit het huidige België heerschappij over heel Gallië (het huidige Frankrijk en Noord Italië) en Nederland, totaan de Rijn.
Clovis zorgde voor een grote doorbraak van het Christendom, toen hij zich als leider van een Geromaniseerde Germaanse stam liet dopen (al dan niet om politieke redenen).

(De doop van Clovis. Nadere gegevens over het snijwerk: onbekend.)

(Clovis’ Rijk.)
Niets blijft…
Na Clovis dood werd het Frankische Rijk verdeeld onder zijn vier zonen. Theodorik I werd koning over Austrasie (incl. Zuidelijk Nederland).

(Merovingische gesp, brons, 6e eeuw.)

(Merovingische gesp, zilver, 6e eeuw.)

(Merovingisch beslag in vogelvorm, lood, 7e eeuw.)

(De verdeling van het Frankische Rijk na de dood van Clovis.)
Intussen was echter, door de omvang van het rijk, de invloed van regionale machthebbers zo groot geworden dat de koninklijke administratie (vanaf de 7e eeuw afkomstig uit de familie van de Karolingers of Pippiniden) de feitelijke dienst uitmaakte.
Zo kon Pippijn III zich in 751, nadat hij de laatste Merovingische vorst (Childerik III) had afgezet, zich laten uitroepen (zalven!) tot koning der Franken. Zijn zoon kennen we allemaal: Karel de Grote (die zich ook nog tot keizer liet kronen door de paus).
Hij richtte overigens het bestuur meer lokaal in, met regionale machthebbers (graven) die aan het (gerechts)hoofd stonden van een Gouw, zoals nu nog bekend Betuwe (Bataven), Twente en Brabant.
Bronnen:
Extra: